Daar is uit ‘s werelds duis’tre wolken.
 
Amsterdam, vrijdagavond 26 december 1947. Tweede Kerstdag. Een gestage regen is vanmiddag neergevallen over de oude binnenstad met haar deftige patriciërshuizen aan de smalle grachten. De natte kasseien glimmen licht in het flauwe schijnsel van de straatverlichting. De temperatuur schommelt rond enkele graden boven nul.’t Is waterkoud. Een avond waarop veel kinderen verdiept zijn in hun dikke leesboeken. Vanmiddag uitgereikt bij het kerstfeest van de zondagschool. De wangen, rood gekleurd; ’t is ook zo spannend… De warme chocolademelk pruttelt bij moeder op het fornuis in de keuken. Vader steekt nog een lekkere sigaar op en port de zwarte bakelieten kolenkachel eens extra op. Achter de micaglazen van de kachel gloeien de eierkolen op. Uit de schoorsteen kringelt langzaam een dunne rooksliert omhoog. Een ieder heeft zo zijn gedachten….
’t Zijn de laatste dagen van het jaar 1947. Momenten van terugblikken en vooruitzien. Herinneringen aan het voorbije jaar en de vervlogen jaren: de vreselijke oorlogsjaren, nog maar enkele jaren geleden. In de Jordaan staan vele huizen van Joodse inwoners leeg. Hun namen zijn verdwenen in kampen en barakken. Voorgoed. De winter van het laatste oorlogsjaar 1944/1945 is als de Hongerwinter de geschiedenis ingegaan. Zelfs na enkele jaren zijn in de stad nog duidelijk de sporen zichtbaar van die laatste oorlogsperiode. De houten dwarsliggers van de tramrails, de bomen langs de grachten en de parken. Veel is er echter verdwenen. Opgestookt als brandstof voor warmte en voeding.
 
Het jaar 1947 was begonnen met één van de strengste winters ooit! In Friesland waren alle watergangen bevroren. Het ijs zorgde voor verbinding tussen elf Friese steden. De zomer zou de warmste aller tijden worden! Beddingen van de rivieren lagen schier droog en het land zuchtte onder de warme zonnestralen. Het KNMI in De Bilt noteerde liefst 38 zomerse dagen. De warme zomer van ’47…
 
Kerstfeest 1947; de koster van de Oude Kerk in Amsterdam is in de late namiddag
nog druk aan het werk. Vanmorgen de kerkdienst van Tweede Kerstdag en vanavond een Kerstconcert door de 35-jarige Feike Asma, de jonge en veelbelovende organist van de Evangelisch Lutherse Kerk in Den Haag. Feike Asma is voor de Amsterdammers geen onbekende meer. Vanaf 1939 concerteert hij regelmatig op het beroemde Vater-Müller-orgel, om gelden bijeen te brengen voor de hoognodige kerkrestauratie van de oudste kerk van Amsterdam. Zwijgend plaats de koster extra houten klapstoelen op de stenen vloer met grafzerken in het middenschip, in de zuiderbeuk, in de noorderbeuk en in de kooromgangen van de Oude Kerk. Rommelend zoekt de koster in de Smidskapel van de kerk naar de houten voetenstoven. Straks wordt in de stoof een ijzeren test geplaatst met gloeiende houtskolen. Op de bovenkant kunnen dan de voeten geplaatst worden. Door een deken of lange jas over je benen heen te doen, houd je je nog een beetje warm. Voor een paar centen huur je vanavond een stoof.
De Oude Kerk van Amsterdam heeft geen verwarming.
Op de orgelgalerij brandt een klein licht en orgelklanken vullen af en toe de grote kerkruimte.
 
De Oude Kerk staat als een grote kolos in een omgeving zoals Rachab ooit deed woonde op de muren van Jericho. Dat smart de oude koster. Een scharlaken snoer heeft hij in deze donkere dagen voor het kerstfeest op het Oudekerksplein nog niet aangetroffen.
Wél is er een kerstevangelie verkondigd dat er behoud is voor de grootste der zondaren: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw’.
 
Vroeg opent de koster op deze avond de deuren in het Zuiderportaal van de Oude Kerk. Op het Oudekerksplein staan grote drommen mensen te wachten voor de ingang van de Oude Kerk.
Mannen in lange winterjassen drukken hun gleufhoeden nog eens vast op de hoofden. Vrouwen en meisjes verschuilen hun haren onder grote hoofddoeken. Jongens met lange kniekousen en warme pofbroeken staan onwennig te wachten in de lange rij.
Op de eerste tramhalte van de Dam stappen mensen uit en slaan na De Bijenkorf direct rechts en lopen door een smalle steeg, de Warmoesstraat in en lopen via de Wijde Kerksteeg het Oudekerksplein op. Anderen bereiken de Oude Kerk via de Oudezijdsvoorburgwal. Ook vanaf Centraal Station spoedt een kleine stoet van pelgrims voort, slaan voor het Beursgebouw links af en via een paar kleine stegen bereikt men het Oudekerksplein.
Nu de deuren geopend zijn, schuifelt de lange rij van wachtenden door het Zuiderportaal de Oude Kerk in. Bij een tafel worden tegen een kleine vergoeding toegangskaarten en programma’s uitgereikt. Ondertussen zwelt de mensenstroom rondom het Oudekerksplein steeds meer aan en wordt de ingang aan de Torenzijde ook geopend. Kassiers en kaartverkopers hebben de handenvol. Programma’s raken schier op. De controlestrook op de toegang heeft het cijfercode 1500 allang gepasseerd. Onafgebroken lijkt de Oude Kerk vol te stromen met mensen; 2200, 2300, 2500, 2700… Nog één, en nog één… Tenslotte staat het getal op 2.746 aanwezige personen. De koster schudt zijn hoofd; nog nooit heeft ‘zijn’ kerk zo vol gezeten. Gezeten op de vele klapstoelen hebben mensen dekens om zich heengeslagen of stoven onder hun voeten geplaatst.
Opeengepakt staan andere belangstellenden in de koorgangen, leunen tegen de grote pilaren of hebben plaatsgenomen in de zijnissen van de halfduistere kerk. Het is koud in de schemerige Oude Kerk. Slechts een enkele ‘elektrische kaarsverlichting’ aan de zijwanden van de Oude Kerk verspreidt als flambouw een gedempt licht.
Tegen 20.00 uur verstomt in de kerk het geroezemoes van de aanwezigen en wordt het stil…. Ineens schijnen grote lampen op het orgelfront dat vanuit een duistere kerk prachtig verlicht wordt! Feestelijke orgelklanken vullen de immense ruimte van de Oude Kerk: Suite Kerstfeest 1 van Jan Zwart. ‘Ere zij God’, Stille nacht’, samenzang; ‘Hallelujah looft den Heer!’ Voor Feike Asma is dit zijn eerste kerstconcert in de Oude Kerk van Amsterdam. Ademloos horen de meer dan 2700 aanwezigen naar ‘orgelklanken op het kerstfeest’. Een programma met bewerkingen van kerstliederen en bekende werken uit de orgelliteratuur. Het concert vliegt om! Feike Asma besluit zijn bespeling met Suite Kerstfeest 2 van zijn tien jaar geleden overleden leermeester Jan Zwart. Een Suite met oude, vertrouwde kerstliederen…
Vertrouwd is zeker de laatste bewerking: ‘Daar is uit ’s werelds duist’re wolken’, wat aansluitend samen gezongen zal worden.
Als een koor van duizend stemmen, zò zet het beroemde orgel van de Oude Kerk in, als bij de samenzang staande wordt aangeheven: ‘Daar is uit ’s werelds duist’re wolken ’ gevolgd door het laatste couplet ‘O Vredevorst Gij kunt gebieden, de vreed’ op aard en in mijn ziel’.
Het kerstlied ruist door de gewelven heen. Het dringt door de raamvensters naar buiten, de wind voert het mee naar het Oudekerksplein, de Oudezijds Voorburgwal, en de Zeedijk en roept haar bewoonsters toe; ‘Komt tot Zijn schijnsel, verlaat de zwarte schaduw van de dood, verlaat de nacht der zonde. Er is een Vredevorst! Hij gebiedt vrede op aarde en in de ziel’.
 
Kerstfeest 1947. De Oude Kerk loopt langzaam ‘leeg’. Haar bezoekers, diep onder de indruk van het gehoorde orgelspel en de massale samenzang. Door stegen en straten keren de concertgangers huiswaarts. Puffende stoomlocomotieven brengen de laatste bezoekers terug op de stations van vertrek naar….
’t Is al heel laat in de avond als de koster de deuren sluit van de Oude Kerk. De nacht is gevallen over Amsterdam en het is donker, ook in de donkerste buurt van Amsterdam. Maar vanavond is daar gezongen over Hét Licht dat schijnt in de duisternis, dat de duisternis niet heeft begrepen.
Dat heeft de koster geroerd en ontroerd. Tranen biggelen over zijn wangen.
Kerstfeest 1947. Ook toen mocht verkondigd worden ‘God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid’
 
Daar is uit ’s werelds duist’re wolken
Een licht der lichten opgegaan.
Komt tot Zijn schijnsel, alle volken
En gij, mijn ziele, bid het aan!
Het komt de schaduwen beschijnen,
De zwarte schaduw van de dood:
De nacht der zonde zal verdwijnen,
Genade spreidt haar morgenrood.
O Vredevorst, Gij kunt gebieden
de vreed’ op aard’ en in mijn ziel!
Doe elke zondaar tot U vlieden,
Dat al ademt voor U kniel,
Dit zal de God des heils bewerken,
Hij zal de zetel, u bereid,
met recht en met gerechte sterken;
Hem zij de lof in eeuwigheid!
 
JK