Persoonlijke ervaringen
 

Feike Asma en de Oude Kerk te Amsterdam

 
De namen Feike Asma en Oude Kerk te Amsterdam worden nog altijd vaak in één adem genoemd en niet ten onrechte, want met name in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw heeft Asma in deze kerk grote triomfen gevierd, waar ik dikwijls getuige van ben geweest.
 
Het eerste concert dat ik in deze kerk van hem hoorde, gaf Feike Asma op 15 april 1963. Het was zijn traditionele paasconcert. Op zijn programma stonden delen uit de Suite Passie en Pasen van Jan Zwart, werken van Joh. Seb. Bach (o.a. Toccata in F), Mendelssohn, Henri Mulet (Toccata tu es Petra), Bottazzo en Paaszangen van Asma zelf. Ik was diep onder de indruk. Nog nooit had ik deze reus onder de organisten in het “echt” op een zo groot en zo prachtig orgel horen spelen. Buiten gekomen hoorde ik een man tegen een kennis zeggen “Het was weer geweldig”.
 
Nadien ben ik tientallen keren in de Oude Kerk geweest. Nadat Asma op 3 augustus 1963 (met Nettie Bos, sopraan) een concert had gegeven met werken van Joh. Seb. Bach, was hij er de volgende (zondag-)middag 4 augustus 1963 opnieuw, nu in gezelschap van Piet van Egmond en Simon C. Jansen. Ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van Cor Stier als organisator van de concerten in de Oude Kerk werd door deze drie organisten een huldigingsconcert gegeven.
 
Feike Asma opende dit bijzondere concert met:
1. Preludium en fuga over Psalm 72:11 “Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen” Jan Zwart
2. Canonisch Voorspel Psalm 84:1 “Hoe lief’lijk, hoe vol heilgenot” Jan Zwart
3. Choral nr. 2 in b César Franck
 
Simon C. Jansen speelde vervolgens:
4. Toccata en fuga in d J.S. Bach
5. Aria J.B. Loeillet
6. Allegro uit het orgelconcert nr. 4 in F G.F. Händel
 
Daarna sprak ds. J. Bronsgeest, Hervormd predikant te Haarlem een huldigingswoord.
 
Tenslotte speelde Piet van Egmond:
7. Deuxième méditation A. Guilmant
8. Phantasie über den Choral: “Ein Feste Burg is unser Gott” Max Reger
 
Ik kan me dit concert nog heel goed herinneren, overigens met uitzondering van het huldigingswoord van ds. Bronsgeest, waar ik niets meer van weet. Ik weet ook nog heel goed dat, toen Feike Asma gespeeld had, hij door het middenpad van de kerk naar zijn plaats liep. Het was grappig om te zien hoe de hoofden van alle concertbezoekers (en er waren er heel wat) meedraaiden in de richting waarheen hij liep. Na afloop van het concert is een foto gemaakt van de drie concertgevers, Cor Stier en nog een aantal anderen. Deze foto is terug te vinden in het boek “Over Feike Asma gesproken”, van Klaas Schippers (blz. 103).
Op donderdag 26 december 1963 om 15.30 uur, gaf Feike Asma zijn eveneens traditionele kerstconcert in de Oude Kerk met werken van H.F. Micheelsen, J.S. Bach, Jan J. van den Berg, Alex. Guilmant en Jan Zwart. Het was barstend koud in de kerk. Sommigen zaten met dekens om te luisteren.
 
Twee heel bijzonder concerten gaf Feike Asma samen met Piet van Egmond op de zaterdagmiddagen 18 en 25 april 1964 van 14.30 uur tot 17.30 uur. De concertbezoekers mochten in groepjes van 10 de verrichtingen van beide organisten aan de speeltafel meemaken. Ik had van Cor Stier een uitnodiging ontvangen en ik had nr. 12. Mijn voorkeur ging uit naar Feike Asma en ik had het geluk hem het Andante-Allegro assai vivace uit de Sonate no. I van Mendelssohn te zien spelen. Ik heb met open mond staan kijken en luisteren. Asma ging helemaal op in zijn spel en zag niemand meer om zich heen.
Het was een geweldige ervaring. De week daarop was ik er weer en toen zag en hoorde ik Piet van Egmond de Fantasie-Toccatine over Psalm 33 van Jan Zwart spelen, ook heel bijzonder.
 
Op zaterdag 24 oktober 1964 speelde Feike Asma verzoeknummers. Deze konden worden aangevraagd bij Cor Stier, maar daar vond ik niets aan, want ik vreesde dat mijn verzoek tussen de vele verzoeken zou ondersneeuwen. Ik had destijds een voorliefde voor het “Prière et Berceuse van Alexandre Guilmant (door Asma zo mooi op de grammofoonplaat gezet vanuit de Lutherse Kerk te Den Haag). Een aantal maanden daarvoor was ik achter zijn toenmalige adres in Den Haag gekomen en ik had hem al een aantal keren geschreven en ook antwoord terug ontvangen (want zo was hij wel). Ik dacht: “Je weet maar nooit” en ik schreef Asma dus rechtstreeks. Tot mijn grote verrassing kreeg ik per kerende post een ansichtkaart van hem met daarop een foto van het orgel in de Oude Kerk en achterop: “Geachte Heer. Het gevraagde nummer zal ik op 24 oct. a.s. spelen. m.vr.gr. Feike Asma”. Een inderdaad, als nummer 5 stond op het programma “Prière et Berceuse” van Alex. Guilmant.
 
Hierboven heb ik geschreven dat Feike Asma en de Oude Kerk te Amsterdam nog altijd vaak in één adem worden genoemd. In dagblad “Trouw” stond een aantal jaren geleden te lezen dat de Oude Kerk in Amsterdam vooral bekendheid geniet door de concerten van Feike Asma, die kerk en orgel internationaal beroemd heeft gemaakt. Dat dit geen holle frase is, bewijst het volgende verhaal:
 
Zomer 1965, ik was toen 20 jaar, ben ik samen met een vriend naar Denemarken geweest. Per trein gingen wij naar Kopenhagen, om vandaar het hele land door te liften, plunjezak op de rug. Wij sliepen in jeugdherbergen. Op 14 juli kwamen wij aan in Viborg. Daar zag ik dat diezelfde avond in de Domkerk een orgelconcert zou worden gegeven door Niels Aage Bundgaard, organist van de Christiaanskirken, Sonderborg. Uiteraard ging ik erheen, zonder mijn vriend, die geen orgelliefhebber was en later verklaarde dat hij nooit meer met mij op vakantie zou gaan, omdat hij kerk in, kerk uit werd gesleept. De organist speelde de volgende werken:
-Praeludium og fuga i F-dur Diderik Buxtehude
-Tre orgelchoraler Diderik Buxtehude
a. Midt i livet er vi stedt
b. Var gud ej med os denne stund
c. Vor Gud han er sa fast en borg
 
Samenzang na het derde orgelkoraal (een vaste Burg is onze God). Ik heb ijverig meegezongen, want de melodie was mij uiteraard bekend. Of de mensen voor mij dit hebben kunnen waarderen (mijn uitspraak moet afschuwelijk geweest zijn), heb ik niet kunnen vaststellen.
 
-Passacaglia i d-moll Johann Kaspar Kerll
-Tre orgelchoraler Johann Sebastian Bach
a. Ved Floderne i Babylon
b. Fra Gud vil jeg ej vige
c. O Herre Krist ! dig til os vend
-Praeludium og fuga in e-moll Johann Sebastan Bach
 
Ik zat met mijn rug naar het orgel en heb onder het concert een aantal keren omgekeken want af en toe dacht ik: “Wat gek, het lijkt wel of ik in de Bavokerk in Haarlem zit”. Na het concert was het mijn bedoeling naar boven te gaan om een praatje te maken met de organist. Ik liep naar de deur toe die toegang gaf tot het orgel, maar de weg werd versperd door een dreigend kijkend heer, een soort suppoost. Hij vroeg iets in het Deens – wat ik vanzelfsprekend niet verstond - maar wat mij in de oren klonk als: “Wat mot je”. In mijn beste Engels: “Ik, eh, wil graag even met de organist praten”. Daar kon geen sprake van zijn en de man posteerde zich stevig voor de deur naar het orgel. Dat was jammer, maar ik gaf de moed niet op en bleef wat in de kerk heen en weer drentelen om even later tot mijn opluchting te zien dat de suppoost, laat ik hem zo maar noemen, werd weggeroepen.
Ik zag mijn kans schoon en glipte naar boven, waar de organist met zijn registrant inmiddels aanstalten maakte om naar beneden te gaan. Hij vond het bijzonder leuk een Hollander te zien en was maar al te graag bereid om een praatje te maken. Gelukkig sprak hij Engels en we hebben aardig wat tijd doorgebracht. Ik complimenteerde hem met zijn spel (wat ik niet eigenlijk niet zó bijzonder vond, maar zoiets zeg je natuurlijk niet; bovendien was het een erg aardige man). Ik zag nu ook waarom het orgel mij zo deed denken aan dat van de St. Bavo in Haarlem, want bij de klavieren (het was een drieklaviersorgel) zag ik een plaatje waarop stond dat het orgel was gerestaureerd door de fa. Marcussen, dezelfde die zo “heerlijk” aan de gang is geweest in Haarlem. Op een geven moment vroeg ik de heer Bundgaard: “Kent u misschien de organist Feike Asma?” Ja, die kende hij wel en in gebroken Hollands: “Feike Asma, Oude Kerk Amsterdam”. (Wel een bewijs dat Asma en de Oude Kerk bekend waren tot buiten de landsgrenzen). De organist voegde er echter aan toe dat hij meer affiniteit had met organisten als Albert de Klerk en Piet Kee. Dat had hij niet hoeven zeggen, want dat was mij uit zijn programmakeus en spel al wel duidelijk geworden. Het was allemaal nogal saai en niet veel verschillend van het spel van beide stadsorganisten van Haarlem in die tijd. Die twee speelden ook tamelijk slaapverwekkend en ik kan het weten want beiden heb ik in de jaren zestig van de vorige eeuw regelmatig in de Bavo te Haarlem horen concerteren.
 
Destijds heb ik over mijn belevenissen in Denemarken aan Feike Asma geschreven met daarbij de vraag of het mogelijk was de “bezichtigingsconcerten” in Amsterdam nog eens te houden, want dat was toch wel iets bijzonders. Ik wist niet dat de kerk al op korte termijn dicht zou gaan. Gedateerd 27 juli 1965 kreeg ik een brief van Asma terug met de volgende inhoud: “Uw bijzonder interessante brief van 25 dezer heb ik aandachtig gelezen. Mits ge niemand verder meeneemt, kunt U een der volgende orgelconcerten – welke beslist tot de laatste behoren! – op het orgel bijwonen. Dit is wel bij hoge uitzondering. Meldt U zich met deze brief aan de ingang van de kerk bij de heer C.W. Stier en dan komt de zaak verder wel in orde”. Ik wist niet wat ik las en ik heb er direct gebruik van gemaakt. Op zaterdag 7 augustus zat ik boven bij het orgel, in gezelschap van o.a. Cor Stier en Herman van der Horst, die wat later de film “Toccata” zou maken. Het concert was gewijd aan de nagedachtenis van Joh. Seb. Bach. Cor Stier nam het concert op een spoelenrecorder op en kennelijk was het ding niet helemaal in orde, want op een gegeven moment zei Feike Asma: “Cor, wat piept dat ding toch”, maar daar was weinig aan te doen. Als slot van het programma speelde Asma de geweldige Toccata in F (BWV 540) Opnieuw ging hij helemaal in zijn spel op en op een gegeven moment riep hij luid: “Wat een stuk!!” Na meer dan 40 jaar staat dit concert nog altijd in mijn geheugen gegrift evenals de jaloerse blikken van de Asma-getrouwen, die hem altijd onder aan de trap naar het orgel opwachtten. Dat was eveneens een glorieus moment.
 
Wegens restauratiewerkzaamheden ging de Oude Kerk in september 1965 dicht. Feike Asma gaf zijn afscheidsconcert op zondag 5 september om 15.00 uur. Daaraan voorafgaande hield ds. J. Bronsgeest, N.H. predikant te Haarlem een korte toespraak. Daarin memoreerde ds. Bronsgeest de beroemde arts en organist Albert Schweitzer, die de dag daarvoor op 90-jarige leeftijd was overleden. In verband daarmee speelde Feike Asma als eerste het koraalvoorspel “Alle menschen müssen sterben”, van Joh. Seb. Bach. Een paar buitenlanders die voor mij zaten waren meteen de draad kwijt, want dit koraalvoorspel stond uiteraard niet op het programma. Voorts werden werken gespeeld van Sweelinck, Bach (opnieuw de Toccata in F), Franck, Van Westering en Jan Zwart.
 
Na de restauratie van de kerk keerde Asma terug in de Oude Kerk, maar het was inmiddels tot een breuk gekomen tussen hem en Cor Stier. De sfeer van vroeger heb ik niet meer teruggevonden. Bovendien had ik halverwege de jaren zestig mijn rijbewijs gehaald en bezocht ik concerten van Asma door het hele land. Ik hoorde grote orgels die ik minstens zo mooi vond als dat van de Oude Kerk in Amsterdam. Ook aan de concerten op die orgels bewaar ik talloze mooie herinneringen.

Bron:
Gerard Valkema
Bennebroek
Maart 2006