|
Herinneringen aan Feike Asma |
| Bijna 22 jaar heb ik Feike Asma overal in Nederland beluisterd, van Bolsward tot Nijmegen en van Maassluis tot Zutphen. Als ik al mijn herinneringen zou opschrijven, zou dat vele bladzijden beslaan. Als 17-jarige hoorde ik Feike Asma voor het eerst, althans "live". Voor de radio had ik hem al talloze malen horen spelen. Op 5 juni 1962 gaf hij een concert in de Hervormde Kerk te Hillegom. Van dit concert herinner ik mij nog het orgelkoraal "Nun ruhen alle Wälder" van Otto Türke en het uitgebreide naspel en koraal (met samenzang) "Alle roem is uitgesloten" van Jan Zwart. Het laatste concert dat ik van hem hoorde gaf Feike Asma op 23 april 1984 in de Grote- of St. Bavokerk te Haarlem. Dit concert - evenals vele andere - staat mij nog levendig voor de geest en met name de verpletterende indruk die zijn vertolking van Moto Ostinato (uit de Suite Sonntagsmusik) van Petrus Eben op mij maakte. Hier speelde een organist, zo leek het, in de kracht van zijn leven en al wist ik dat Asma's gezondheidstoestand veel te wensen overliet, geen moment kon ik vermoeden dat hij nog hetzelfde jaar zou overlijden. Na het concert kwam Feike Asma naar beneden en liep door het middenpad naar het schip van de kerk. Het eerste exemplaar van de dubbelelpee met alle orgelwerken van Mendelssohn werd hem toen aangeboden door prof. M.P. van Overbeeke, hoogleraar aan de V.U. en oud-president Kerkvoogd van de Grote- of St. Bavokerk te Haarlem. Hierna konden de (talrijke) bezoekers dit album kopen, terwijl Feike Asma voor deze gelegenheid bereid was om deze L.P.'s te signeren. Zoals gezegd, ik wist het toen nog niet, maar dit was mijn afscheid van een groot organist, van wie ik bijna 400 concerten had beluisterd. Zonder overdrijving kan ik zeggen dat ik sinds zijn overlijden alle dagen terugdenk aan deze bijzondere organist. Ooit las ik in een krant dat na een concert van Asma in de Martinikerk te Bolsward een bezoeker - kennelijk diep onder de indruk - zijn buurman toefluisterde "sa'n man moast noait dea gean" (zo'n man zou nooit moeten sterven), ongetwijfeld de wens van alle bewonderaars van Asma's spel. |
|
DE ORGELDAGEN VAN DE STICHTING ORGELCENTRUM. |
| Feike Asma was jarenlang hoofdredacteur van "Het Orgelblad", een orgaan van de Stichting Orgelcentrum. Bij zijn eerste lustrum, in 1963, organiseerde deze stichting een orgeldag in de Evangelisch Lutherse Kerk te Den Haag. Het avondconcert werd gegeven door Simon C. Jansen, die onder andere een werk uitvoerde van Marius Monnikendam: "Epiphanie" (Mars der Drie Koningen), opgedragen aan de Stichting Orgelcentrum bij zijn 1e Lustrum. Daarna gaf Jan Bonefaas een daverende improvisatie op een thema van Simon C. Jansen. Dit thema bestond uit de daarvoor in aanmerking komende letters van Bonefaas' achternaam, B.E.F.A.AS. In de middag kwam een aantal sprekers aan het woord, waarna Feike Asma naar het orgel ging om voor de bezoekers een aantal koraalbewerkingen te improviseren. De aardigheid daarbij was dat iedereen, in groepjes van 10 of 15 mensen, boven bij de speeltafel mocht kijken. In mijn groep bevond zich een al wat oudere man, die Feike Asma een vraag stelde over het register Cornet. Voor een goed begrip van deze vraag moet ik erbij vertellen dat het de tijd was van de neobarok. Gillende mixturen en spitse stemmetjes vervingen de romantische registers. Het orgel van de Nicolaikerk in Utrecht is hier een duidelijk voorbeeld van. Bepaalde registers waren uit de mode. De organisten stonden lijnrecht tegenover elkaar wat betreft orgelbouw/restauratie en orgelliteratuur. Er moesten - althans volgens de neobarok liefhebbers - werken van Bach gespeeld worden, eigenlijk nog het liefst muziek van vóór Bach en de modernen als Distler en Pepping. Mendelssohn, Guilmant Widor en andere romantici waren volledig uit de gratie. Een organist uit de neobarokke hoek drukte zich als volgt uit: "Die rommel spelen serieuze organisten tegenwoordig toch niet meer", wat voor organisten als Feike Asma en Piet van Egmond een aansporing was om met verdubbelde ijver juist de werken van deze componisten op hun programma's te zetten. In het licht van de neobarok werd dus een vraag over de cornet gesteld, de precieze formulering weet ik niet meer, maar wel het letterlijke antwoord van Feike Asma: "De cornet meneer, is tegenwoordig uit den boze", waarop enigszins bedremmeld de vraag kwam: "Maar vindt u dat dan ook". "Ik niet meneer", zei Asma, "dat zal ik u laten horen" en hij speelde een koraalbewerking met de cornet als uitkomende stem. Hij ging al spoedig helemaal in zijn spel op en nooit zal ik het glunderende gezicht van de vraagsteller vergeten. Hij genoot met volle teugen, evenals wij allemaal trouwens! Op 18 september 1965 werd door de Stichting Orgelcentrum opnieuw een orgeldag georganiseerd, eveneens in de Evangelisch Lutherse Kerk te Den Haag. Jean Langlais gaf die avond het slotconcert. Hij was 's-middags even in de kerk aanwezig en ter verwelkoming speelde Feike Asma diens Acclamations uit de Suite Médiévale (en forme de Messe Basse), een fraai begin van deze orgeldag. Hierna nam Asma het woord voor een zeer uitgebreide en uiterst vakkundige analyse van de Sinfonia per Organo van Hendrik Andriessen. Tussendoor speelde Wim van der Panne een aantal fragmenten bij Asma's uitleg van dit orgelwerk. Het was de eerste keer dat ik Feike Asma een analyse van een orgelwerk hoorde geven en ik was van zijn vakkennis behoorlijk onder de indruk. Op grootse wijze speelde Asma tenslotte dit voor de Nederlandse orgelcultuur belangrijke orgelwerk. Bij mijn weten heeft hij helaas slechts éénmaal een analyse van een orgelwerk gegeven. Op de Orgeldag-Jubileumdag 1968 ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Stichting Orgelcentrum en gehouden in het auditorium van de Technische Hogeschool te Eindhoven, was het de bedoeling dat hij de Variaties over een thema van Bach en de Variaties over Merck toch hoe sterck, beide van Paul Chr. van Westering zou analyseren en aan het orgel illustreren. Helaas moest Asma die avond elders in het land concerteren en het bleek hem achteraf niet mogelijk voor dit concert een vervanger te vinden. |
| Bron: Gerard Valkema Bennebroek. januari 2005 |