De jonge jaren van Feike Asma
![]() |
Op 21 april 1912 werd Feike Asma geboren in Den Helder. In het register van Burgerlijke Stand werd opgenomen op 21 april 1912 Feike Pieter Zoon van Johannes Frederik Asma en Tjitske Visser. |
![]() |
Reeds jong kreeg Feike les van zijn vader. Asma Sr. liet hem niet alleen spelen, maar werkte ook aan een goede, theoretische ondergrond. Daarvoor werd een muziekboekje in gebruik genomen, waarop de jonge Asma, waarschijnlijk met trots, zijn toenmalige hoedanigheid heel treffend omschreef:
|
|
"Meester der toonkunst."
|
| De inzet van vader Asma werd door zijn zoon rijk beloond. OP 27 april 1922 gaf Asma Sr. een uitvoering met zijn koor "Halleluja" en bovenaan het programma zien wij staan: "Orgelvoordracht door 9 jarige knaap". Waarom de naam Feike niet genoemd werd weten we niet, wel is bekend wat hij die avond speelde: |
| Marche Triumphale - J. Lemmens Sonatine - M. H. van 't Kruis Deze Sonatine bestond uit delen: a. Allegro moderato b. Andante c. Allegro Postludium in kleine terts - Ch. H. Rinck |
| Op dit debuut kwamen reacties: "Een warm applaus was dan ook wel verdiend, toen de negenjarige knaap - aldus op het programma aangekondigd - op ons schone kerkorgel hetgeen hij had ingestudeerd ten gehore bracht. Met zeldzame accuratesse werden alle stukken met haar onderdelen afgewerkt; hoe die kleine organist met zijn voeten het vrije pedaal kon bewerken, is ons een raadsel, doch het geschiede. Ons dunkt, de heer Asma Sr. behoeft geen advies in te winnen bij eene Commissie voor beroepkeuze, voor welk beroep zijn zoontje, indien hij zo voortgaat, is geschikt. Onze bijzondere dank voor hetgeen hij gaf." Aldus R. Jongkees, penningmeester van het Orgelfonds, in een plaatselijke krant. Aangemoedigd door dit succes ging vader en zoon verder op het muzikale pad en een programma van allerlei activiteiten op Koninginnedag, lezen we: "Van 4 - 5 uur zal in de Ger. Kerk (Spoorstraat) een orgelbespeling plaats hebben door de jongeheer Feike Asma." Behalve vaderlandsche liederen bevat het programma het bekende Concerto in F van G. F. Händel (meer bekend onder de naam Koekoek- en Nachtegaalconcert) en Fantasie ueber den Choral "Nun danket alle Gott" van R. J. Voitmann. Men verzuimde toch niet dit concert bij te wonen. En die de jongen organist meermalen beluisterde, zal dit zeker niet verzuimen." Vader Asma had nu ook de beschikkin over een prima begeleider bij zijn kooruitvoeringen, want de krant vermeldde: "Het zoontje van de directeur, de 12-jarige Feike Asma bespeelde het orgel. Enkele door hem gegeven slotnummers dwongen blijkbaar bewondering af bij de aanwezigen." Bij het spelen van de Eerste Sonate van Mendelssohn toonde hij zijn instrument reeds flink te beheersen". Ook vermeldt dit krantenbericht dat de begeleiding van Asma Jr. soms wel wat te sterk was... Niet vreemd natuurlijk als je op die leeftijd reeds volwaardig begeleider van een koor en gewaardeerde solist mocht zijn. Als we dit alles lezen dan zien we in gedachte een jongen aan het werk, die toen reeds bezield was van muziek in 't algemeen en het orgel in 't bijzonder. De activiteiten van Asma Sr. en het aandeel van Feike daarin word hij voordurend aanspoort om te studeren en een repertoire op te bouwen. Op het programma van 18 maart 1925 zien we dat toen de 13-jarige organist uit de anonimiteit is getreden en beslist niet gemakkelijke Sonate van Volckmar en Variaties van J. A. van Eijken op zijn programma zette! Feike had talent en woekerde met dat talent. Het moet voor z'n vader een grote vreugde geweest zijn dat zijn zoon zich zo ontwikkelde. |
![]() |
In 1925 kreeg Feike er - zij het verlopig op afstand - een leermeester bij. De toenmalige
ANRO, nodigt Jan Zwart uit om een orgelconcert voor de radio te geven. Het bleef niet bij een keer en Feike deed hier zijn voordeel mee. Geen orgelbespeling werd door hem gemist en langzaam maar zeker groeide het besef dat Jan Zwart, en die alleen, zijn leermeester moest worden. Sterk voelde hij zich getrokken tot het spel van deze kunstenaar. Hoe bewonderde hij zijn koraalbewerkingen, zijn vertolking van de grote uit de Romantiek, maar ook zijn doorwrochte vertolkingen van Bach en andere oude meesters. |
| Feike luisterde niet alleen, hij deed er ook wat mee. Jong als hij was, waagde hij - met succes - aan het spelen van grote werken en in mei 1927 werd zijn inzet beloond met een organistenplaats en de Gereformeerde Kerk te Den Helder,:"Dit met ingang van zondag 22 mei", zoals de aanstellingsbrief vermeldde. |
![]() |
In juni 1927 kon Feike zich niet langer bedwingen: Na zo vaak het spel van Jan Zwart beluisterd te hebben schreef hij hem een brief om zijn waardering voor het spel van de grote meester aan hem bekend te maken. Bij het lezen valt het volgende op: Feike schrijft: "Ook is het jammer dat "Het Orgelistenblad" niet meer verschijnt", en doet dringend beroep op Jan Zwart om dit blad weer te mogen ontvangen. Het pleit voor de jonge Feike dat hij naar dit blad uitzag, want hetgeen Jan Zwart in dit blad bood, had gedegen kwaliteit en was niet altijd even eenvoudig. |
| We noemen wat onderwerpen: Het verzet der Gereformeerden in de 16e eeuw tegen toenmalige Roomsch- en wereldlijk orgelspel. Jan Pieterszoon Sweelinck (1562 - 1621) |
| Orgel (-bouw) nieuws. Besprekingen van bladmuziek. De eerste gedrukte Nederlandsche orgelmuziek. De omvang de 15e en 16e eeuwse orgelklavieren. Een rubriek "Varia", waarin hij ook het doorgeven van gedicht over het orgel en z'n bespeler gepast vond. Voor de jonge Feike was het blad ook van belang - zoals hij schreef - in verband met het door Jan Zwart gepubliceerde eigen koraalbewerkingen en voorspelen. Feike had Jan Zwart vaak horen spelen als hij mee mocht naar de dinsdagavondconcerten in Amsterdam. De radioconcerten van Jan Zwart beluisterde hij intensief en door "Het Orgelistenblad" voelde hij zich nog meer aan de grote organist verbonden. Jan Zwart was zijn grote voorbeeld en hij had nog maar een wens: van die man les hebben! Voorlopig was Asma Sr. echter nog zijn leraar en aan die lessen die Feike van zijn vader kreeg was nog een heel ander facet verbonden, dat grote invloed op zijn muzikale vorming heeft gehad. Asma Sr. trad als dirigent steeds meer naar voren en zijn muzikale bekwaamheid werd (zeker plaatselijk) algemeen erkend. Op Koninginnedag was hij de man die de leiding had als de schooljeugd de traditionele aubade bracht en het was hem ook niet teveel om leiding te geven aan het uitvoeren van "de Kleppermarsch". |
![]() |
Ook met zijn koor "Halleluja" ging hij werken uitvoeren die getuigden van muzikale groei. Zoon Feike bleef verantwoordelijk voor de orgel begeleiding maar Asma Sr. ging gebruik maken van orkestbegeleiding en solisten. Door zijn werk bij de Marine kon hij een beroep doen op leden van de Marinekapel. Bekwame musici, die naast blaasinstrumenten ook goed met strijkinstrumenten konden omgaan. |
![]() |
|
Inmiddels was het jaar 1927 aangebroken en een grote wens ging in vervulling: op zaterdagmiddag kreeg Feike les van Jan Zwart. Die
lessen werden gegeven op het orgel in de Grote Kerk van Alkmaar en duurde een uur. In 1930 werd Feike het waard gevonden om de lessen voort te zetten op Jan Zwarts eigen orgel, het orgel van de Kloveniersburgwalkerk in Amsterdam. Bij de Amsterdammers beter bekent als "De Kloof". Nu werden de zaken uitgebreider aangepakt: bijna een hele dag per week kreeg hij les en naast het koraalspel en techniekverbetering, werd grote aandacht aan een zo breed mogelijk repertoire besteed. Naast deze intensieve studie ging Feike ook actief concerteren. Hij gaf deze concerten op zijn eigen orgel in Den Helder en deed hiermee een stuk ervaring op dat hem later bijzonder van pas zou komen. Hij maakte een compleet "Speelplan" klaar "voor het seizoen 1931". Men schreef: "Het orgel moet weer "herpopulariseerd" worden! Dit moet geschieden door orgelavonden. Orgelbespelingen in den geest van het volk! Met koraal- en geestelijke liedbewerkingen moeten programma's versierd zijn. Daar hebben de mensen "houvast" aan. De gehele orgelliteratuur moet verspreid worden. Geen orgelarrangementen, neen, de speciale orgelliteratuur. Werken van Bach, Händel, Widor en Karg-Elert moeten niet vreemd meer in de oren klinken. Daarom zullen wij trachten die belangstelling te winnen en te vergroten. "Eerst zaaien, daarna maaien!" |